Historie

De spoorlijn Zuidbroek-Veendam is omstreeks 1910 aangelegd als onderdeel van de NoordOoster LokaalSpoorweg (NOLS), een spoorlijn die Delfzijl met Almelo verbond. Het deel tussen Emmen en Almelo (via MariŽnberg) is nog altijd in gebruik voor personenvervoer, net als de zijtak naar Zwolle. Het traject Zwolle-Emmen is zelfs geŽlectificeerd.

Tussen Zuidbroek en Veendam is de lijn nu een goederenspoorlijn, terwijl het spoor tussen Veendam en Stadskanaal eigendom is van museumspoorlijn STAR. Deze exploiteert de toeristisch spoorlijn Veendam-Stadskanaal-Musselkanaal. Het traject tussen Stadskanaal-Musselkanaal is geen onderdeel van de NOLS, maar van de STAR (Stadskanaal-Ter Apel-Rijksgrens). Die lijn is aangelegd in de jaren twintig van de vorige eeuw en had moeten worden doorgetrokken naar Duitsland. Dit is door de ontwikkelingen in Duitsland in de jaren dertig er nooit van gekomen.

Personenvervoer
Vanaf de opening tot 1953 heeft de spoorlijn Zuidbroek-Veendam(-Stadskanaal) personenvervoer gehad. Al tientallen jaren wordt gesproken over reactivering van de spoorlijn, waarlangs de stad Groningen in minder dan een half uur bereikt zou kunnen worden. De plannen voor reactivering maken nu deel uit van het Kolibri-plan (voorheen STOV geheten).

Containertreinen
In 1995 opende het RailService Center Groningen (RSCG) haar deuren. Daarmee kwam een eind aan de overslagactiviteiten bij het oude NS-station van Veendam, waar gedurende vele jaren de containeroverslag van Jonker Veendam gevestigd was. In de grote overslaghal naast het station behandelde Jonker conventioneel vervoer (stukgoed). De locatie nabij het centrum van Veendam was echter meer en meer uit zijn jastje gegroeid en de voortdurende stroom vrachtwagens zorgde voor overlast in de aangrenzende woonwijk. Bovendien was de locatie niet erg geschikt voor lange containershuttles, omdat de lengte waarop containers met de portaalkraan gelost konden worden te weinig was. Een trein moest daarom in verschillende stukken worden behandeld, wat een hoop gerangeer met zich mee bracht. Hieraan kwam zoals gezegd een einde met de ingebruikname van het RSCG, alwaar containertreinen op drie straatsporen van ruim 700 meter lengte kunnen worden behandeld. Een vierde spoor leidt naar een loods, waar conventioneel vervoer afgehandeld wordt.

De terminal zťlf heeft drie aandeelhouders: de gemeente Veendam, Groningen Seaports en de NOM (Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij). De exploitatie is in handen van Vos Logistics, dat Jonker Veendam heeft overgenomen.